Even voorstellen
“Waarom doet een paard wat het doet?”
Die vraag loopt als een rode draad door mijn leven.
Al van jongs af aan ben ik gek op paarden. Ik groeide tussen de paarden op en droomde, zoals zoveel jonge meiden, van wedstrijden rijden. Dat deed ik ook, jarenlang. Maar gaandeweg merkte ik dat mijn interesse steeds minder bij de prestatie lag en steeds meer bij het paard achter die prestatie.
Waarom doet een paard wat het doet? Waarom lukt iets vandaag wel en morgen niet? Waarom ontstaat weerstand? En is iets wat wij als ‘ongewenst gedrag’ bestempelen eigenlijk wel een gedragsprobleem?
Als trainer kwam — en kom — ik veel paarden tegen waarbij gedrag niet op zichzelf staat. Gedrag kan voortkomen uit angst of eerdere ervaringen, maar net zo goed uit pijn, fysiek ongemak, miscommunicatie, stress, huisvesting of omstandigheden die onvoldoende aansluiten bij de natuurlijke behoeften van het paard.
Juist die paarden hebben mij altijd het meest geboeid. De paarden die ‘moeilijk’ werden genoemd. Die niet deden wat ervan verwacht werd. Waarbij training even leek te werken, maar het probleem vervolgens weer terugkwam.
Want uiteindelijk is gedrag communicatie.
En hoe beter ik leerde kijken, hoe vaker bij mij de vraag ontstond:
Proberen we het gedrag te veranderen, of begrijpen we ook waarom het paard dit gedrag nodig heeft?
Jillz – het paard dat mijn manier van kijken veranderde
Een belangrijk kantelpunt daarin was mijn KWPN-merrie Jillz.
Jillz kwam als veulen in mijn leven en liet in de loop der jaren fysieke beperkingen en gedrag zien waarvoor geen duidelijke verklaring werd gevonden. Verschillende specialisten keken naar haar, maar een antwoord dat alle puzzelstukjes met elkaar verbond, bleef uit.
In die periode was ik al actief als trainer en begon ik aan mijn opleiding bij 2Moons / Petra Vlasblom. Ik had geleerd om paarden te observeren, gedrag te beïnvloeden en nieuw gedrag aan te leren. Als een paard iets moeilijk vond, zocht ik naar een andere trainingsingang.
Maar achteraf gezien miste er een essentieel stuk kennis.
Dat besefte ik pas écht nadat ik de beslissing had genomen Jillz te laten gaan.
Tijdens haar dissectie bij Equine Studies, onder leiding van Sharon May-Davis, werd onder andere een verkleving ter hoogte van haar linkerhersenhelft zichtbaar. Ineens keek ik letterlijk naar de binnenkant van het paard waarmee ik jarenlang had gewerkt.
Dat moment veranderde mijn kijk op trainen voorgoed.
Ik realiseerde me dat ik als trainer heel goed kon nadenken over hoe ik gedrag kon veranderen, maar dat ik op dat moment nog onvoldoende kennis had van anatomie en biomechanica om volledig te begrijpen wat een paardenlichaam mij vertelde.
Hoe kun je een paard met een fysiek probleem goed begeleiden wanneer je onvoldoende weet hoe dat lichaam is opgebouwd? Hoe het hoort te bewegen en functioneren? Welke structuren met elkaar samenwerken? Waar compensatie kan ontstaan? En hoe pijn of fysieke beperkingen uiteindelijk zichtbaar kunnen worden als gedrag?
Dat besef was confronterend, maar vooral ontzettend waardevol.
Het zorgde ervoor dat mijn vraag veranderde.
Niet langer alleen:
“Hoe kan ik dit gedrag veranderen?”
Maar veel vaker:
“Waarom laat dit paard dit gedrag zien?”
Van gedrag naar het hele paard
Vanaf dat moment ben ik mij steeds verder gaan verdiepen in anatomie, biomechanica, neurologie, gedrag en paardenwelzijn.
Niet omdat ieder gedragsprobleem een fysieke oorzaak heeft. En ook niet omdat ieder fysiek probleem met training kan worden opgelost. Juist de kunst is om niet te snel conclusies te trekken, maar verschillende factoren naast elkaar te durven leggen.
Pijn en fysiek ongemak kunnen gedrag beïnvloeden. Maar hetzelfde geldt voor huisvesting, voeding, beweging, stress, sociale contacten, eerdere ervaringen, training en de communicatie tussen mens en paard.
Daarom kijk ik in mijn werk nooit alleen naar het gedrag dat voor mij staat.
Ik kijk naar het hele paard.
Naar wat het lichaam laat zien. Naar hoe het paard beweegt. Naar zijn leefomgeving en dagelijkse routine. Naar wat we van hem vragen en of hij dat fysiek én mentaal kan beantwoorden. En naar onze eigen communicatie: begrijpen wij eigenlijk wel wat het paard ons probeert te vertellen?
Vanuit die visie ontstond ook Passive Physio®.
Een manier van kijken waarbij niet alleen het zichtbare probleem centraal staat, maar juist de samenhang tussen lichaam, gedrag en omgeving. Niet simpelweg proberen een signaal weg te trainen, maar eerst onderzoeken waarom dat signaal er is.
Ik geloof niet in snelle trucjes of standaardoplossingen. Wel in observeren, kennis opdoen, verbanden leggen, samenwerken en blijven kijken naar het individuele paard.
Want soms is gedrag iets wat we kunnen trainen.
En soms is gedrag het paard dat ons vertelt dat we ergens anders moeten zoeken.
Misschien is dat wel wat mij het beste omschrijft:
Ik ben niet zo geïnteresseerd in het probleem.
Ik ben gefascineerd door het verhaal erachter — en de weg naar een passende oplossing.